Akkoorden spelen met Boomwhackers

Hoe leuk is het als je met de klas liedjes kunt begeleiden op de boomwhackers! Super toch? Maar hoe doe je dat dan? Welke boomwhackes kun je gebruiken? Dat leggen we hier uit met behulp van het lied “Lang zal ze leven”. Maar eerst moeten we even begrijpen hoe akkoorden werken.

Akkoorden – wat zijn dat?

Als je de juiste tonen tegelijkertijd samen laat klinken kan dat erg mooi klinken. 3 of meer tonen die (mooi) samen klinken noem je een akkoord.

Als je een liedboek hebt met akkoorden (die de rode letters bij de tekst van het plaatje), dan kun je makkelijk op de plekken van de akkoorden de leerlingen met de juiste boomwhackers mee laten spelen.

Met een basis-set boomwhackers heb je de tonen C-D-E-F-G-A-B-C, oftewel de witte toetsen van een piano.

Daarmee kun je de volgende akkoorden spelen:

C (C majeur)          =          C         E         G

Dm (D mineur)      =          D         F         A

Em (E mineur)       =          E         G         B

F (F majeur)            =          F         A         C

G (G majeur)           =          G         B         D

Am (A mineur)        =          A         C         E

 

 

 

 

 

Als je nu naar “Lang zal ze leven” kijkt zie je de akkoorden C, F en G.

Voor een C-akkoord heb je nu de rode, de gele en de donkergroene boomwhacker nodig.

Voor een F-akkoord heb je de lichtgroene, de paarse en de kleine rode nodig en voor het G-akkoord de donkergroene, de roze en de oranje boomwhackers.

Omdat tonen in meerdere akkoorden voor kunnen komen is het wel handig om zeker 2 sets boomwhackers te hebben.

Laat nu de kinderen met de boomwhackers per akkoord bij elkaar staan. Bijvoorbeeld links het “C-akkoord”, in het midden het “G-akkoord” en rechts het “F-akkoord”. Wijs nu steeds (op het juiste moment) de juiste groep aan terwijl je het lied zingt.

Veel succes!